WACHT OP MIJ
In de geest van dwaze liefde
als een toren, zo waak ik hier
Ik stook het vuur
en veeg de as in oude vormen
op de kiezels van de rivier.
Wacht op mij.
weet niet hoe lang,
tot je de bergen niet meer kunt zien
tot ik een geest ben misschien
tot het rijk van duizend jaar
wacht op mij, eens kom ik daar
In de adem van de winter
langs de oever en het ijs
stille bomen, stil bevroren
hoor de leegte, hoor gekrijs
van een beest, misschien een vogel
Was jij het? - of misschien een geest.
In de kolen van de vlammen
tussen zwartgeblakerd hout
ligt het hart uit duizend harten
laat de ziel stil; stil en koud
En half gebroken dan, het lichaam
wiegt geluidloos, want het rouwt.
Veeg de as in oude vormen
laat jouw vuur de dood niet zien
in je stilte, blijf daar waken
houd de wacht en houd het baken
Door stormen heen, ja door de wind
ik zal je zoeken, wacht op mij
door stormen heen, tot ik je vind.