DWALER

Het avondschip voert langs de zeeën
een zeil bolt op; daar vloeit het licht
zachtjes uit: verdoezeling -
de wereld zinkt in schemering

De zwerver danst langs sterrenwegen
en jaagt de lichtjes achterna
de wind reist mee, al prevelend
geen mens die ooit haar woorden kent

De toppen van de dennenwouden
ruisen zacht; nog dwaalt hij voort
en vraagt men ooit: waarheen - welk oord?
dan glimlacht hij maar zegt geen woord.